|
Depressiviteit
"Depressiviteit is hard op weg volksziekte nummer één te worden"
De laatste tijd zien en horen we in de media regelmatig dit soort mededelingen. In de nieuwsbrief van Gezondheidsplein van week 46 stond de uitslag van een onderzoek van het College voor Zorgverzekeringen, waaruit blijkt dat het percentage Nederlanders dat antidepressiva slikt in de afgelopen 6 jaar met 60% is gestegen. Men stelde de volgende vraag: Moet het voorschrijfgedrag van artsen terughoudender zijn?
De volgende antwoorden werden gegeven:
In totaal werden 873 mensen geënquetteerd. Hier zou terecht de vraag gesteld kunnen worden of de arts niet wat terughoudender zou moeten zijn met het voorschrijven van medicijnen. Het zou echter veel beter zijn als er eens nagegaan zou worden wat al deze mensen eten. Gebruiken ze soms producten met aspartaam, en/of smaakversterkers, en misschien andere schadelijke toevoegingen en hoeveel wordt daar dan van gebruikt. Als alle artsen in Nederland deze vraag eens standaard bij hun onderzoek zouden stellen. Een simpele vraag van de huisarts over het zoetstofgebruik, tijdens een bezoek aan het spreekuur, zou waarschijnlijk veel duidelijk maken over de oorzaak van deze enorme stijging met 60% van het aantal mensen met depressiviteit. Of stel een standaard vragenlijst samen over de toevoegingen aan onze voeding.
Psycholoog Jeffrey Wijnberg schrijft o.a. in zijn column in de Telegraaf van 3 november 2003:
".... Want als er al iets heiligs is, dan is het onze gezondheid. En dan wil niemand afgescheept worden met een lakse houding verkleed in een witte jas.
Vervelend is wel dat de Nederlandse artsenij een gemakzuchtige traditie heeft. Het zou mij niets verbazen als de uitdrukkingen ´pappen en nathouden´, ´je moet geen slapende honden wakker maken en geduld is een schone zaak´ ooit door een aantal Hollandse medici in het leven zijn geroepen. In ons land kan met recht gesproken worden van defensieve geneeskunde. De dokter gaat niet (preventief) in de aanval om zelf te scoren, maar wacht de aanval van de tegenstander af om te voorkomen dat de patiënt met zijn klachten een ziekte scoort.
Het is de taak van iedere arts om de onderste steen boven te halen ook al zijn de klachten van de patiënt – oppervlakkig gezien – nog zo klein. Niet iedereen met een hoestje heeft longkanker, maar het kan wel. Niet alle mensen met pijn op de borst hebben een hartkwaal, maar het kan wel. En al die lusteloze lieden lijden niet per se aan een depressie, maar het kan wel...."
Er verscheen nog een ander bericht in de media:
Op dit moment zijn er 3,2 miljoen mensen chronisch ziek
20% van de Nederlandse bevolking is (langdurig) chronisch ziek. Dit houdt in dat 80% van het budget van onze gezondheidszorg wordt uitgegeven aan deze chronische ziekten.
Ook hier moeten we de vraag stellen, "Waarom wordt er niet eens naar mogelijke andere oorzaken gezocht?" Honderden emails bereikten mij in de loop der tijd met vragen over aspartaam en smaakversterkers. In bijna alle gevallen gaven deze 'patiënten' aan dat de arts absoluut niet op de hoogte was van de gevaren van deze stoffen. Vaak wordt op vragen kribbig gereageerd. Als uit allerlei onderzoeken geen voor de arts begrijpelijke uitslag is gekomen, wordt de patient met antidepressiva naar huis gestuurd. De arts wil hier zoveel mee zeggen als: "Het zit tussen uw oren." Hoeveel patiënten moeten er nog bijkomen voordat de dames en heren medici zich gaan verbazen over het enorme aantal zieken! Ook het volgende bericht verscheen in de krant.
Zonder enige twijfel zullen we ook de volgende mededelingen in de media zien verschijnen.
|