|
CHRONISCHE METHANOL/FORMALINE VERGIFTIGING DOOR ASPARTAAM
Vraag Ik heb gehoord dat methanol in aspartaam geen probleem is om de volgende redenen:
Antwoord U bent het slachtoffer van de public relation van bedrijven die deze zoetstof produceren. Op alle mogelijke manieren proberen ze de publieke opinie zodanig te beinvloeden dat de verkoop van aspartaam veilig wordt gesteld. Helaas zijn er personen op het internet, die er plezier in hebben om deze PR te verspreiden, ofschoon ze absoluut niet bekendheid zijn met de wetenschappelijke literatuur die hierover bestaat.
1. De dosis methanol uit aspartaam is veel te laag om mehanol
vergiftiging te veroorzaken. Ik denk dat iedere wetenschapper bij zijn volle verstand het er mee eens zou zijn dat het misdadig zou zijn om de bevolking bloot te stellen aan kleine doses van een uitzonderlijk toxisch vergif zonder uitgebreide testen over de chronische blootstelling op de lange termijn. Methanol is beslist een uitzonderlijk giftige stof, zelfs bij extreem lage hoeveelheden (Bennett 1953, Posner 1975, Roe 1982). Kavet (1990) verklaart dat de minimum dosis methanol die nodig is om de dood te veroorzaken (zonder medische behandeling) 300 - 1000 mg/kg is. Dit betekent slechts 25 - 80 gram voor een man van 70 kg (of veel minder voor een kind). De hoeveelheid methanol die nodig is om acute vergiftiging te veroorzaken varieert sterk van persoon tot persoon (Kavet 1990). De voedingstoestand van het individu, de gelijktijdige opname van beschermende stoffen (bv. ethanol), en de aanwezigheid van voedsel in de maag heeft invloed op de giftigheid van methanol (Posner 1975). Het is interessant om te weten dat de aanwezigheid van voedsel in de maag de giftigheid enigszins kan verminderen, het gebruik van aspartaam met voedsel of in het bijzonder in capsules (zoals vaak het geval is bij dubbelblind onderzoeken) kan de giftigheid in belangrijke mate verminderen. De interactie van methanol met andere chemicalien of geneesmiddelen kunnen de giftigheid van methanol verhogen (Posner 1975). Er zijn geen gecontroleerde onderzoeken bij mensen op de lange termijn van blootstelling aan lage doses methanol (Kavet 1990). Geen enkel bedrijf met enige ethiek zal miljoenen mensen lage doseringen van een buitengewoon toxisch vergif toedienen zonder onderzoek op de lange termijn te doen op een klein aantal mensen. Toch is dat precies wat de aspartaam producenten deden. Veel van de kortdurende onderzoeken hebben licht ongunstige veranderingen aangetoond bij extreem lage doses methanol (Chao 1959, Ubaydullayev 1963, Cook 1991). De hoeveelheden methanol die bij deze onderzoeken gegeven werd zijn gelijk aan een blikje aspartaam bevattende limonade tot enigszins boven de ADI voor aspartaam. Een onderzoek (Chuwers 1995) vond geen ongunstige veranderingen van een een enkel uur durende toediening van een lage dosis aspartaam. Deze zeer korte onderzoeken zijn niet definitief. We zijn hoofdzakelijk verontrust door de effecten van chronisch gebruik van aspartaam op de lange duur. Klinisch gezien veroorzaakt chronische blootstelling aan methanol, hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid en oorsuizen, zwakte, draaierigheid, koude rillingen, geheugenverlies, gevoelloosheid, pijnscheuten, gedragsverandering, zenuwontsteking, wazig/troebel zien, conjunctivitis, slapeloosheid, niet kunnen zien, depressie, hartproblemen (met inbegrip van ziekte van de hartspier) en pancreatitis (Kavet 1990, Monte 1984, Posner 1975). Methanol uit aspartaam wordt omgezet in formaline en daarna in mierenzuur (DHHS 1993, Liesivuori 1991). Chronische blootstelling aan formaline bij zeer lage doses blijkt schade aan het immuunsysteem, neurologische schade en veranderingen te veroorzaken en ook hoofdpijn, slechte gezondheid in het algemeen, blijvende genetische schade en een aantal serieuze gezondheidsproblemen (Fujimaki 1992, John 1994, Liu 1993, Main 1983, Molhave 1986, National Research Council 1981, Shaham 1996, Srivastava 1992, Vojdani 1992, Wantke 1996). Een experiment (Wantke 1996) toonde aan dat chronische blootstelling aan formaline gezondheidsproblemen v.h. hele lichaam veroorzaakte (slechte gezondheid) bij kinderen bij een concentratie van slechts 0.043 - 0.070 deeltjes per miljoen! Het is duidelijk dat chronische blootstelling aan extreem lage hoeveelheden formaline vermeden dient te worden. Het is belangrijk om te begrijpen dat blootstelling aan extreem lage doses methanol en formaline uit andere bronnen bijdragen aan de gezondheidsproblemen die worden gezien bij dit extreem toxische vergif. De giftige belasting met chemicalien met inbegrip van methanol en formaline is de laatste 15 jaar enorm toegenomen. Methanol wordt op kleine schaal gebruik als brandstof (EPA 1994). Het wordt ook gebruik om verf af te branden, vloeistof voor de stencilmachine en brandstof voor modelvliegtuigjes (EPA 1994). Formaline wordt gevonden in tapijt, kleding, lijm, kleefstof, cement, stijfsel, hars, urethaanschuim isolatiemateriaal, spaanplaat, multiplex, cellulose ester, verf, grondverf, papier, poetsmiddelen, ontsmettingsmiddelen, was, schoonmaakmiddelen, cosmetica, conserveringsmiddelen, medicijnen, mondwater, inkt, poriënvulmiddel en heel veel andere producten (Remington 1987, page 89). Aspartaam is waarschijnlijk de grootste bron waarbij de meeste mensen worden blootgesteld aan formaline. Op 24 oktober 1996 zette Monsanto's PR-man, Richard Nelson, een wetenschappelijk onverdedigbare PR verklaring op het internet over methanol uit aspartaam. Hij wees op een industrieel onderzoek van baby aapjes die een hoeveelheid kregen van 300mg/kg methanol per dag gedurende 270 dagen (in de vorm van 3000 mg/kg aspartaam). Volgens Mr. Nelson vertoonden de baby aapjes absoluut geen nadelige effecten. (Deze post kun je vinden door een "Power Search" te doen bij de Deja News webpage: http://www.dejanews.com/) Wat hij echter niet vertelde was dat de minimum enkele dosis methanol, die bij een mens de dood zou veroorzaken als hij niet behandeld zou worden, tussen de 300 mg/kg - 1000 mg/kg ligt (Kavet 1990). Wanneer iemand 300 mg/kg methanol per dag zou gebruiken gedurende 270 dagen, (dus niet slechts een bijna dodelijke dosis) dit bijna zeker de dood, of ernstige permanente schade zou veroorzaken bij de meeste mensen bij zo'n experiment. De reden waarom zo'n dosis zo dodelijk voor mensen is, komt omdat mensen veel gevoeliger zijn voor methanolvergiftiging dan ieder ander dier (Roe 1982). Andere afbraakproducten van aspartaam zijn ongeveer 20 maal zo giftig voor mensen dan voor primaten. (zie de discussie in een aparte FAQ). Mr. Nelson verzuimde ook te vermelden dat het eerste onderzoek van aspartaam, voor dat de goedkeuring een feit was, bij primaten niet zo goed afliep. Van de zeven apen die medium tot hoge doses aspartaam kregen, kregen er zes grandmal epileptische insulten en stierf er een. (Graves 1984). Deze informatie kwam uit de Hoorzittingen van het Congres van de VS. Dis is slechts een van de vele PR-berichten van bedrijven, die zeer overtuigend zijn tot het bericht zorgvuldig geanalyseerd is door iemand die onafhankelijk en goed op de hoogte is. De ophoping van mierenzuur is aangetoond bij recente dierproeven (Eells 1996a) bij een dosis methanol die lager was dan bij het veroorzaken van acute gezondheidsproblemen. Ophoping van mierenzuur in organen is als mogelijkheid aangevoerd door een welbekende onderzoeker (Liesivuori 1986): Methanol kan ook worden afgebroken in vetzuur-methylesters (Kaphalia 1995). De veiligheid van zo'n chronische blootstelling aan verhoogde hoeveelheden vetzuur methylesters gedurende veel jaren is iets waar onafhankelijk onderzoek zich nooit mee heeft beziggehouden. Uiteindelijk is het bijzonder belangrijk dat wanneer we de giftigheid van langdurige chronische blootstelling aan methanol, formaline en mierenzuur in overweging nemen, we rekening moeten houden met synergetische effecten. Synergetische effecten van voedseltoevoegingen komen voor in de wetenschappelijke literatuur (e.g., Ershoff 1976). Sommige mensen hebben bijvoorbeeld gezien dat asparaginezuur, het overstimulerende aminozuur, dat in vrije vorm voorkomt in aspartaam, de veranderingen en schade veroorzaakt door formaline of mierenzuur belangrijk kan vergroten. Eells (1996a) wijst erop dat chronische blootstelling aan methanol bij ratten leidt tot "vermindering van de functie van het netvlies en energie productie veroorzaakt door mierenzuur." Het blijkt dat methanol omgezet kan zijn in mierenzuur in het netvlies. Er was ook een opeenhoping van mierenzuur in het netvlies en glasachtig vocht en eveneens een vermindering van de electroretinogram (ERG) amplitude bij ratten die een hoge en een lage dosis methanol kregen. Liesivuori (1991) beschreef de effecten van mierenzuur op cel niveau.
Aspartaam veroorzaakt bij mensen zowel een verhoogde blootstelling aan methanol, mierenzuur als een verhoogd niveau overstimulerend aminozuur, asparaginezuur (Stegink 1987). Er is geen reden om te denken dat de mogelijke geleidelijke schade door synergetische reacties van mierenzuur en overstimulerend aminozuur alleen beperkt wordt tot het netvlies. Deze problemen kunnen overal optreden waar mierenzuur uit aspartaam zich tijdelijk of permanent ophoopt, waardoor schade door overstimulerend aminozuur kan ontstaan. (Schade door overstimulerend aminozuur wordt meer gedetailleerd besproken in de FAQ over asparaginezuur.)
2. Methanol uit aspartaam kan niet in het bloed aangetoond
worden tenzij er enorme hoeveelheden aspartaam gegeven
worden. Methanol uit aspartaam veroorzaakt een belangrijke verhoging van methanol in het plasma bij hoeveelheden die minder zijn dan een blikje fris bij een kind (30kg) (en mogelijk bij een veel kleinere hoeveelheid). (Davoli 1986). Men zou verwachten dat de kleine maar belangrijke verhoging van methanol die in dit onderzoek gezien wordt, zou leiden tot een verhoogde blootstelling aan formaline, daar aangetoond is dat methanol uit aspartaam omgezet wordt in formaline en mierenzuur (Stegink 1981). Uit eerder besprekingen hebben we kunnen zien hoe gevaarlijk chronische blootstelling aan kleine hoeveelheden formaline kan zijn. Gedurende meer dan 15 jaar heeft aspartaam producent Monsanto, methanol testmethodes gebruikt die vol gebreken zaten. Of ze deden de metingen nadat methanol al was omgezet in formaline (bv. na 24 uur) en/of ze gebruikten een meettechniek die alleen enorme verhoging van methanol konden registreren (bv. 4 mg/l plasma). Serieuze onderzoekers, die het methanol peil bestuderen, gebruiken testen (die jaren geleden ontwikkeld zijn) om kleinere hoeveelheden te kunnen meten (bv. 0.25 mg/l tot 4 mg/l) maar ook behoorlijke verhoging van methanol hoeveelheden in het plasma (Cook 1991, d'Alessandro 1994). De proef van Davoli (1986), is de enige plasma methanol meting van aspartaam opname die op de juiste tijd werd gehouden, waarbij een juiste meettechniek werd gebruikt. Zelfs na de Davoli (1986) proef gingen de industriele onderzoekers door om testen vol gebreken te blijven gebruiken die garandeerden dat er geen verhoging van methanol in het plasma zou worden gezien. Hoe iemand dit door de producent gesponsorde "onderzoek" kan vertrouwen, na deze nonsens, gaat mijn verstand te boven. De metingen van formate in urine en bloed in door de fabrikant gesponsord "onderzoek" zijn in dezelfde mate verdacht. Metingen werden vaak gedaan uren voordat de hoogste piek na 12 tot 16 uur bereikt zou worden (McMartin 1975, Liesivuori 1987). De gemiddelde basislijn metingen van formate bij deze onderzoeken (bv., Stegink 1981) waren drie tot vier maal hoger dan de formate metingen van onderzoek dat gedaan werd door echte methanol/formate onderzoekers (d'Alessandro 1994, Baumann 1979, Heinrich 1982, Buttery 1988, Osterloh 1986). Een vooraanstaand methanol/formate onderzoeker heeft verklaard dat de testprocedure die gebruikt werd voor de formate metingen "berucht onnauwkeurig" was. (Liesivuori 1986). Triebig (1989) en Heinzow (1992) wijzen er op dat formate metingen in urine geen juiste factor zijn voor biologische-controle van blootstelling aan kleine hoeveelheden formaline. De problemen met door de industrie gehouden methanol- en formate metingen zijn slechts het topje van de ijsberg zo ver dat onduidelijke doch veel serieuze gebreken vertonende onderzoeken betreft. Ofschoon er veel belachelijk, onwetenschappelijk optreden gezien wordt in het door de industrie gesponsorde onderzoek, blijven sommige wetenschappers en onderzoekers zich zelf voor de gek houden en herhalen dezelfde argumenten dat: "methanol uit aspartaam niet het gehalte aan methanol in het plasma verhoogt." In 1984 geloofde de FDA commissaris dit aan fraude grenzende onderzoek toen hij verklaarde dat "droog gebruik van aspartaam geen aanwijsbare hoeveelheden methanol in het bloed van mensen aantoonde, na de opname van aspartaam van 34 mg/kg lichaamsgewicht…." (Federal Register 1984). Een recent wetenschappelijk Engels onderzoek vertoonde eveneens gelijksoortige fouten doordat vertrouwd werd op het industrieelonderzoek naar aspartaam dat betrekking had op methanol. (Puthrasingam 1996).
3. Methanol komt in grote hoeveelheden voor in alcoholische
dranken, fruit en sappen, daarom moet methanol in aspartaam veilig zijn Goed geïnformeerde wetenschappers weten dat de omzetting van methanol in het giftige formaline en mierenzuur wordt geblokkeerd zodra het tezamen met belangrijke hoeveelheden ethanol in alcoholische dranken wordt gebruikt. Dit komt omdat ethanol fungeert als beschermende factor die de verwijdering van methanol mogelijk maakt door ademhaling en urine, voordat het wordt omgezet in formaline (Liesivuori 1991, Roe 1982). Dit bewijst dat het belachelijk zou zijn om automatisch aan te nemen dat methanol in fruit en sappen wordt omgezet in formaline. Er is sterk bewijs dat aantoont dat het niet in enige belangrijke mate wordt omgezet in formaline (zoals methanol in alcoholische dranken) of er is een beschermende factor die giftigheid voorkomt. Het is aangetoond dat de opname van een redelijke hoeveelheid fruit, zoals 3-5 appels of sinaasappels gemiddeld 0.75 gram methanol geeft dat wordt afgegeven aan het lichaam (Lindinger 1997). Een dusdanige dagelijks gebruik (of een gelijkwaardige hoeveelheid sap) is ongeveer gelijk aan de hoeveelheid methanol die wordt opgenomen bij blootstelling in de werksituatie die symptomen van methanol vergiftiging veroorzaakte (Frederick 1984, Kingsley 1954-55, Kavet 1990). Met andere woorden is dit ongeveer gelijkwaardig aan een vijf daagse werkweek in lucht met een methanolconcentratie van 260 mg/m3. Deze methanolconcentratie is hoger dan wordt gevonden in een met methanol verontreinigde chemische fabriek (120 mg/m3) Heinrich 1982) en de lucht met methanol in een printshop (~140 mg/m3) (Bauman 1979).
Om te geloven dat methanol uit vruchtensap net zo wordt opgenomen als uit aspartaam, moet men geloven dat matige tot grote hoeveelheden fruit per dag, gelijk is aan het iedere dag drinken van zowat een halve liter met methanol verontreinigde drank hetgeen gelijk staat aan het werken op een met methanol verontreinigde werkplek gedurende 5 dagen per week. Kennelijk moet er een bepaalde beschermende factor zitten in voedsel met methanol (zoals in de vanouds gebruikte alcoholische dranken). Als er geen beschermende factor zou zijn, dan zouden we een wijdverbreide methanol vergiftiging moeten zien bij mensen die regelmatig fruit eten Een interessante aantekening: Een kind dat zoveel gebruikt als de "Acceptabele" dagelijkse inname van de FDA, krijgt de gelijkwaardige hoeveelheid methanol binnen als een volwassenen die 33 uur werkt in een met methanol beladen printshop of ongeveer 40 uur in een chemische fabriek (Kavet 1990). Het binnenkrijgen van zo'n regelmatige hoeveelheid aspartaam door kinderen is al mogelijk geacht in industrieel onderzoek (Frey 1976).
Mensen die acuut overgevoelig zijn voor blootstelling aan formaline (zoals beschreven in "Formaldehyde and Other Aldehydes" door de Nationale Onderzoeks Raad (1981) rapporteren vaak dat ze eveneens gevoelig zijn voor aspartaam, maar niet voor vruchtensappen. "Het enige waar ik ooit hoofdpijn van heb gekregen was door het inademen van formaline." "Ik ben erg gevoelig voor formaline in nieuw tapijt en van aspartaam kreeg ik hevige hoofdpijn." Ik krijg veel opmerkingen van mensen die overgevoelig zijn voor formaline dat zij acute vergiftigingsverschijnselen krijgen van het gebruik van aspartaam. Gezien het enorme en snel groeiende aantal gezondheidsproblemen die worden gerapporteerd bij chronisch langdurig aspartaam gebruik (Stoddard 1995, DHHS 1995) en het bewijs dat mensen chronisch blootstaan aan formaline (waaronder verschillende potentieel giftige afbraakproducten) en dat bijna alle onafhankelijke onderzoeken bij mensen (met inbegrip van dubbelblind en proefdier onderzoek) problemen met aspartaam aantoonden, kan men onmogelijk bevatten dat langdurig gebruik zonder uitgebreid onderzoek op de lange termijn wordt aanbevolen. Meer gedetailleerde informatie over chronische methanol/formaline vergiftiging door aspartaam kunt je vinden in het concept wetenschappelijk/historisch overzicht op: http://www.holisticmed.com/aspartame/ (Engels) en op: http://www.aspartaam.nl/ (Nederlands)
Gebruikte Referenties
|