De controversiële goedkeuring van de kunstmatige zoetstof Aspartaam
De goedkeuring van de kunstmatige zoetstof Aspartaam voor gebruik in onze voedingsstoffen is een van de meest discutabele geschiedenissen op dat terrein. In de Verenigde Staten is de goedkeuring van aspartaam omgeven door aanwijzingen van verdwenen rapporten, aanklachten, lijsten van ziektes en verschijnselen, omkoping van advocaten, enz. Aspartaam komt inmiddels in meer dan 5.000 verschillende producten voor, zoals voeding, drank, tandpasta en medicijnen. In Europa heeft het Wetenschappelijk Comité voor de Voeding (SCF) van de EU gekeken naar de veiligheid van aspartaam. Helaas was ook deze uitslag van de Commissie omgeven door verdenkingen van partijdigheid en/of belangenconflicten bij de wetenschappers die een oordeel moesten geven over de toelaatbaarheid van aspartaam. De antifraudedienst OLAF heeft de vragen hierover van een Parlementslid (MP) echter afgewimpeld. Naar aanleiding van deze bekendmakingen heb ik een klacht laten indienen bij de Europese antifraudedienst OLAF. Deze klacht heeft betrekking op mogelijke onregelmatigheden bij het opstellen van het advies door het Wetenschappelijk Comité voor de Voeding (SCF) van de EU inzake de toelating van aspartaam in onze voedselketen. OLAF is gevraagd te willen onderzoeken of leden van dit wetenschappelijk comité mogelijk financiële belangen hadden in de aspartaam producerende industrie op het moment dat zij het advies uitbrachten om aspartaam toe te laten binnen de EU.
Een onafhankelijk verslag van het definitieve SCF rapport heeft aangetoond dat:
Brief D/14089 van 7 december 2004
OLAF wijst het verzoek om inzage van de weggelakte namen af.
In januari 2005 komt er uiteindelijk een antwoord van OLAF
Enige tijd geleden kwam er een negatief antwoord van Olaf op de klacht in de vorm van een nietszeggende brief. Daarop werd inzage gevraagd in het dossier. Na een hernieuwde telefonische navraag beloofde OLAF een geanonimiseerde versie van het onderzoeksrapport. In dit rapport blijken alle namen van de betrokken leden van het (ECF) verwijdert. Als het een eerlijke zaak was dan zouden de namen van de commissieleden openbaar zijn geweest. Maar men heeft klaarblijkelijk boter op het hoofd. Waarom anders deze geheimzinnigheid?
In februari 2005 geeft een onafhankelijk onderzoeker zijn mening
Het verbaasd me niet dat OLAF geen actie heeft ondernomen. De belangenverstrengeling van de SCF (Wetenschappelijke Commissie voor de Voeding) lijkt schijnbaar niet te bestaan en OLAF schijnt niet de mogelijkheden te hebben om registratie van belangenverstrengeling af te dwingen (zoals dat door veel achtenswaardige wetenschappelijke tijdschriften verlangd wordt).
In het rapport van OLAF verklaren ze:
Een tweede geďdentificeerde wetenschapper wordt foutief verdacht voorzitter te zijn van het Wetenschappelijk Comité voor de voeding (NUTRIM), zijn CV geeft aan dat hij wetenschappelijk directeur is van het Voedings- en Toxicologisch onderzoeksinstituut, NUTRIM, van de faculteit voor medische- en gezondheidswetenschappen van een geďdentificeerde universiteit. OLAF heeft twee dingen door elkaar gehaald. Aangezien W.H.M. Saris de wetenschappelijk voorzitter is van NUTRIM, was hij gelijktijdig voorzitter van ILSI, zoals duidelijk blijkt uit pagina 39-40 van onderstaand document. Het rapport is ook te downloaden op de website van Nutrim www.nutrim.unimaas.nl/contentbestanden/report2000.pdf"> Het zou zeer nuttig zijn voor OLAF om de rapporteur van het UK Food Standards Agency te identificeren die het oorspronkelijke ontwerprapport schreef voor de werkgroep van de SCF. Daar OLAF beweert dat de conclusies van het uiteindelijke oordeel van de SCF niet op belangrijke punten verschillen van het oorspronkelijke ontwerprapport van de rapporteur, is het belangrijk om uit te zoeken wie dat werkrapport heeft geschreven. Er is geen enkele reden om de auteur geheim te houden van het document dat door de SCF gebruikt werd om haar conclusies te ontwikkelen. Het zou zeer nuttig zijn om een kopie van het werkrapport van de raporteur en het werkrapport van de werkgroep te verkrijgen
Drie van hen hebben onderzoeksbelang met bedrijven verbonden aan ILSI.
Dit is hetgeen ik lees uit het rapport..
Op blz 6 staat dat:
Ondanks de directe of indirecte belangen van de verschillende commissieleden bij bedrijven die wel degelijk belang hebben bij de continuering van aspartaam komt OLAF toch tot het besluit dat er van beďnvloeding geen sprake kan zijn omdat ze daar geen bewijs voor hebben kunnen vinden. Alleen al het feit dat drie van de vijf aantoonbare banden hebben met ILSI al voldoende bewijs moet zijn voor mogelijke belangenverstrengeling, waaraan duidelijk de beďnvloeding van de Wetenschappelijke Commissies door de voedingsindustrie gekoppeld kan worden. Kan men dan nog volhouden dat het een onbevooroordeeld onderzoek is geweest?
Lees ook de artikelen:
Belangenverstrengeling Ga ook over op het gebruik van de browser FireFox
|