|
Onafhankelijke wetenschap kan niet zonder overheid
De innige relatie tussen medisch onderzoek en farmacie bedreigt de
wetenschap. De politiek moet voorwaarden stellen, vinden Agnes Kant,
Ineke Palm en Ronald van Raak.
Eén bijwerking van economische belangen van de farmaceutische industrie heeft tot op heden minder aandacht gekregen: de aantasting van de onafhankelijkheid van onderzoek. De industrie bepaalt als belangrijkste financier in toenemende mate de richting van het onderzoek. Het meeste geld gaat naar onderzoek naar nieuwe middelen die commercieel interessant zijn, naar veel voorkomende ziekten en voor mensen in rijke landen. Arme markten (ontwikkelingslanden) en kleine markten (zeldzame ziekten) zijn commercieel niet interessant. Bovendien gaat het hierbij vaak om zogenaamde 'me-too' middelen; een bedrijf zoekt naar een kleine variant op een bestaand product, dat genoeg afwijkt om een nieuw patent te verwerven, bijvoorbeeld cholesterolverlagers. Een onacceptabele vorm van onderzoek zijn de 'seeding trails', vooral bedoeld om een nieuw middel op de markt te zetten. Dergelijke 'onderzoeken' zijn een vorm van pseudowetenschap, waarbij artsen worden betaald door farmaceuten voor het voorschrijven van een geneesmiddel. De inspectie voor de Gezondheidszorg ontvangt hierover geregeld klachten. Een nieuwe ontwikkeling is dat niet alleen toegepast maar ook fundamenteel wetenschappelijk onderzoek door de farmaceutische industrie en andere geldschieters wordt gefinancierd, waardoor ook de onafhankelijkheid van het fundamentele onderzoek onder druk komt te staan. Dit speelt vooral in de biotechnologie, waar zich inmiddels een race om patenten voordoet over menselijke genen. Bij onderzoeksvragen spelen niet alleen wetenschappelijke kennis, maar ook patent-posities een belangrijke rol. Dit betekent dat onderzoek soms afvalt, niet omdat het wetenschappelijk oninteressant of onuitvoerbaar wordt geacht, maar omdat het strijdig is met de patentbelangen. Sponsors hebben niet alleen invloed op de richting, maar soms ook op de uitkomsten van onderzoek.
Gesponsorde research levert vaker gunstiger
resultaten op voor de sponsor dan niet-gesponsord Vergelijkingen laten zien hoe gesponsorde onderzoeken vaker gunstiger resultaten opleveren, passend in het straatje van de sponsor, dan niet-gesponsorde onderzoeken. Het voortijdig stoppen of niet publiceren van onderzoek op aandringen van bedrijven, niet zelden met juridische middelen, kan er ook toe leiden dat commercieel ongunstige resultaten niet openbaar worden. Bij geneesmiddelen is dit des te erger, omdat de gezondheid van mensen in het geding is. Het is tijd dat de overheid maatregelen neemt om de onafhankelijkheid van medisch onderzoek te verzekeren. De overheid moet meer geld beschikbaar stellen voor wetenschappelijk onderzoek, ook op het gebied van geneesmiddelen en biotechnologie. Door het instellen van een Nationaal Fonds Geneesmiddelenonderzoek kan een buffer worden ingebouwd tussen financiering en onderzoek. Verder moet in het Reclamebesluit, dat binnenkort aan de Kamer wordt aangeboden, opgenomen worden dat betalingen aan artsen die gekoppeld zijn aan het voorschrijven van een geneesmiddel aan de patiënt niet zijn toegestaan, omdat dit een vorm van marketing (=belangenverstrengeling) betreft. Daarmee komt er een einde aan de seeding-trials. Ten slotte moeten de eisen aan wetenschappelijk onderzoek worden aangescherpt. Al het medisch wetenschappelijk onderzoek zal aan onafhankelijke Medisch Ethische Toetsingscommissies voorgelegd moeten worden. Deze commissies moeten toetsen op het maatschappelijk nut van het onderzoek, de proportionaliteit van de vergoedingen, voorwaarden voor het niet kunnen stoppen van het onderzoek om niet medische/wetenschappelijke redenen. Ook de publicatievrijheid van onderzoekers moet verzekerd worden en alle resultaten moeten beschikbaar zijn voor openbaar wetenschappelijk debat.
Bronvermelding: Dr. A. Kant is epidemioloog en SP-Tweede-kamerlid.
Dr I. Palm is epidemioloog en dr R. van Raak is filosoof, beiden zijn
SP-medewerkers. Het rapport 'Ongemakkelijke minnaars' van de SP-
kamerfractie verscheen in de week van 11 juni 2004.
De arts/schrijver Ivan Wolffers, schrijft o.a. in zijn artikel: "Ook stopt de sponsor vaak met de financiële steun halverwege een onderzoek, als duidelijk wordt dat ze er niets mee kan en het leidt ertoe dat er nooit een 'negatieve publicatie' komt". |